Ik ben geboren en opgegroeid in Rotterdam. Als klein kind al voelde ik zeer sterk de behoefte om dingen te verzamelen. Geen speldjes of sleutelhangers, zoals mijn vriendjes spaarden, maar stenen, schelpen of objecten die iets eigenaardigs vertegenwoordigden.
Destijds begreep ik totaal niet, waarom deze voorwerpen, die op zich geen enkele waarde vertegenwoordigden, mij zo bezig hielden.
Nu, eenmaal een volwassen kunstenaar geworden, besef ik eindelijk waarom deze obsessie in mij zit. Als het voorwerp bezit van mijn gedachten heeft genomen, rust ik niet voordat er een kunstwerk uit voortgekomen is. Soms duurt dat jaren, soms slechts een dag.
Ik heb mezelf heel lang de vraag gesteld (en vaak stel ik ook anderen diezelfde vraag): "Wat is kunst"? Wat maakt iets "kunst"? Gevoelsmatig is die vraag gemakkelijk te beantwoorden, maar hoe kan je hem ook duidelijk formuleren? Blijkbaar is het toch geen gemakkelijke vraag, getuige de vele discussies die over dit onderwerp gevoerd worden. Aangezien ik pas in het derde jaar van de academie een klein beetje begrip begon op te brengen omtrent deze vraag, kan ik dus wel duidelijk stellen dat kunst niet een technisch vermogen behelst. Deze technische middelen worden je namelijk in de eerste jaren van de academie al veelvuldig aangereikt. Je krijgt ook 5 dagen in de week en 40 weken per jaar de mogelijkheid deze techniek aan te scherpen (en op de keper beschouwd je hele leven lang de mogelijkheid dat te doen). Het antwoord is volgens mij "geschiedenis". En dan bedoel ik niet de algemene kunstgeschiedenis alleen, maar ook je eigen geschiedenis.
Geschiedenis is iets wat ons allemaal heeft gevormd en wat tot algemene denkbeelden leidt. Het is voor een kunstenaar van onschatbare waarde om de kunstgeschiedenis te kennen. Zelfs om bij te houden wat er in de wereld van vandaag allemaal gecreeerd wordt. Al is het maar om niet in herhalingen te vallen of 10 keer hetzelfde wiel uit te vinden. Een van de eerste voorwaarden van een kunstenaar is, denk ik, toch origineel te zijn. Kortom je dient de geschiedenis te kennen, om vandaar uit je eigen denkbeelden naar buiten te brengen. Kunst zonder geschiedenis is een modernistisch trucje, dat niet veel diepgang kent en dus geen lang leven beschoren zal zijn. zijn. Daar bovenop is je eigen geschiedenis de finesse voor de vorming van je eigen beeldtaal, die dan ook herkend zal worden door vele anderen als zijnde die van jou.
Rotterdam is een van de peilers uit mijn geschiedenis. Het is de stad waar Ik ben opgegroeid met het geluid van heipalen die in de grond werden geramd. Aanvankelijk omdat de stad weer opgebouwd moest worden na de oorlog (geloof me, daar zijn ze jaren mee bezig geweest), maar naderhand omdat Rotterdam de sterke behoefte heeft zich te profileren als het neusje van de zalm op het gebied van architectuur. Rotterdam voelt soms als een oudere dame, die zich koste wat kost in vorm probeert te houden en daarbij geen enkele schoonheidsoperatie uit de weg gaat. Haar huid dient strak en glanzend te zijn, iedere onvolkomenheid moet worden weggewerkt. Maar mijn vraag in deze is natuurlijk: Is een onvolkomenheid niet een prachtige uiting van oorspronkelijkheid?
Ieder decennium brengt ons (dus ook de stad) iets nieuws, bouwt aan ons karakter en geeft ons historische waarde. Waarom dat alles vernietigen voor iets dat jonger, gladder en spectaculairder oogt? Veel van mijn werken zullen dus een ironische of ernstige aanklacht zijn tegen dit gedachtegoed.
Het is de huid van de stad, die ik onderzoek, in al haar lagen en facetten. Soms is de stad als een schitterende briljant en soms grijs als lood en vooral heel ruw.
Veel materialen die een geschiedenis in zich dragen verzamel ik, zodat ze later verwerkt kunnen worden tot kunst. Vandaar de titel "eerder toegepaste kunst". Alle materialen hadden voordat ik ze gebruik een andere functie.
Je kunt in mijn site sterke voorbeelden aantreffen, die precies duiden wat ik bedoel met de wijze waarop materiaal mij aanleiding geeft om een werk te maken.
Voor “Happily Ever After ?“, vond ik huwelijksvoltrekkingsrecu’s in de kelder van het pand, waar ik momenteel mijn atelier heb. Dit pand was vroeger (vanaf 1920) het gemeentehuis van Hillegersberg, een wijk in Rotterdam. Vele stellen zijn daar getrouwd, omdat het pand een prachtige romantische uitstraling heeft. Zo ook ik met mijn ex in 1990, Mijn carrière als kunstenaar eindigde destijds op die stralende dag (wat ik ook niet van te voren kon weten). Na mijn scheiding in 2005, besloot ik niet langer te treuren, maar de schouders er weer onder te zetten en mijn werk als kunstenaar weer te vervolgen.
In 2008 kreeg ik een atelier in de schoot geworpen, namelijk ditzelfde pand. Hoeveel toeval kun je hebben. Ik kan gerust zeggen, dat mijn carrière als kunstenaar ook daar weer is begonnen. Ik vind het dus prachtig, dat ik deze bruid heb kunnen maken van al deze door de echtparen ondertekende bonnetjes, waarmee ze hun huwelijksleges betaalden in de jaren ’70.
De bruid zou een afbeelding kunnen zijn van mezelf, ze staat er alleen op, maar met rechte schouders en met trots.
Soms geeft het leven je iets prachtigs terug.